Die vraag vormt de kern van mijn doctoraatsonderzoek. Als onderzoeker aan de Universiteit Antwerpen werk ik, Hanne Bielen, onder begeleiding van Bart Craeye en Amaryllis Audenaert, aan de ontwikkeling van duurzamere herstelmortels. Daarbij kijk ik zowel naar hun materiaal eigenschappen (durability) als naar hun milieu-impact en kostprijs (sustainability).

Een belangrijke piste is het gedeeltelijk vervangen van cement door alternatieve bindmiddelen, zoals industriële reststromen en andere secundaire materialen. Maar welke materialen zijn daarvoor het meest geschikt? En hoe kunnen we hun potentieel objectief beoordelen, rekening houdend met zowel hun beschikbaarheid als hun invloed op de prestaties van herstelmortels?

Om die vragen te beantwoorden, werd een uitgebreide literatuurstudie uitgevoerd. Op basis van 364 wetenschappelijke publicaties werd een databank opgebouwd met gegevens over 23 verschillende cementvervangers, waaronder slakken, vliegas, gecalcineerde filterkoeken en biochar. De studie combineert een analyse van hun beschikbaarheid met een statistische evaluatie van hun invloed op onder meer sterkte, krimp, transportgerelateerde eigenschappen en hechting.

De resultaten bieden een onderbouwde basis voor de selectie van potentiële cementvervangers en brengen tegelijk belangrijke kennishiaten aan het licht. Zo blijkt dat de hechting tussen herstelmortel en bestaand beton, nochtans cruciaal voor een geslaagde herstelling, nog beperkt onderzocht is vanuit het specifieke perspectief van herstelmortels.

Benieuwd welke materialen het meeste potentieel tonen en hoe data uit de literatuur kunnen helpen bij de ontwikkeling van duurzamere herstelmortels?

Lees de volledige paper: Data-driven evaluation of supplementary cementitious materials for cement-based repair mortars: A statistical literature review